Signalen dyslexie

Dytalo voor Dyslexie en Taal

Lezen is een bijzondere niet aangeboren vaardigheid. Als kind doe je deze ervaring op in onze geletterde maatschappij. Voor de meesten van ons is dit een vanzelfsprekendheid. Tien procent van de kinderen – hoe intelligent soms ook – heeft er grote moeite mee. Het lezen gaat moeizaam ondanks dat ze gemotiveerd zijn en zonder dat ze er zelf iets aan kunnen doen. Dit frustrerende, hardnekkig probleem noemen we dyslexie.

“Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en/of vlot toepassen van het lezen en/of het spellen op woordniveau.”  Stichting Dyslexie Nederland

De peuterjaren

  • Laat met praten.
  • Spreekt woorden verkeerd uit.
  • Moeite met rijmen en versjes leren.
  • Heeft moeite met het onthouden van namen en kleuren.

Groep 1 tot en met 3

  • Begrijpt niet dat woorden uit delen bestaan. Bijvoorbeeld ‘deurbel’ of ‘b/e/l/’.
  • Heeft moeite om aan lettervormen de klanken te verbinden.
  • Heeft moeit met het lezen van eenvoudige korte woorden als mat, pap, kat.
  • Klaagt erover dat lezen moeilijk is, of vertoont vermijdingsgedrag.
  • Heeft familieleden met leesproblemen/ dyslexie.

Groep 4 en hoger

  • Spreekt lange onbekende woorden verkeerd uit.
  • Spreekt niet vloeiend: gebruikt veel stopwoordjes, aarzelt tijdens het spreken, laat veel stiltes vallen of heeft bedenktijd nodig om met een verbale reactie te komen.
  • Gebruikt onnauwkeurige taal, zoals ‘dinges’.
  • Heeft moeite met het ‘vinden’ van de juiste woorden, haalt woorden die hetzelfde klinken door elkaar (vulkaan voor orkaan).
  • Heeft moeit met het onthouden van namen, kleuren, dagen van de week en de letters /b/ en /d/.
  • Wil niet (hardop) lezen.
  • Heeft moeite met het lezen van kleine ‘functie’-woorden als dat, een, de, in.
  • Laat (delen van) woorden weg tijdens het lezen.
  • Leest slordig en moeizaam.
  • Leest met weinig intonatie.
  • Heeft moeite met het horen van klankverschillen, bijvoorbeeld /a/ en /aa/.
  • Heeft moeite met het onthouden en toepassen van de spellingregels.
  • Heeft een slordig handschrift.
  • Heeft moeite met het maken van zijn huiswerk.
  • Zal niet voor zijn plezier iets lezen.
  • Krijgt toetsen niet op tijd af.
  • Gevoel van eigenwaarde neemt af.
  • Vertoont faalangstig gedrag.

Voortgezet onderwijs

  • Moeite met het leren van de vreemde talen.
  • Het stillezen verloopt traag.
  • Presteert minder goed met lezen en spellen onder tijdsdruk.
  • Huiswerk maken kost veel tijd en het resultaat is teleurstellend.
  • Blijft moeite houden met spellen en gebruikt eenvoudige woorden en formuleringen.
  • Heeft moeite met tekstopbouw, spelling en lay-out.

Als u bij uw kind enkele signalen herkent, dan is het zinvol om hulp in te schakelen.
Dit kan in de vorm van advies en/of begeleiding. Neem contact op met DyTaLo voor de mogelijkheden.